Artikel

Staat de Kadasterwet in de weg van een simpele oplossing voor scheefwonen?

5 mei 2026

Geschreven door Thomas Owens

Dit artikel onderzoekt of woningcorporaties kadastrale gegevens kunnen verkrijgen om te achterhalen of hun huurders ook eigenaar zijn van een (andere) woning. Die vraag blijkt genuanceerder dan vaak wordt aangenomen: individuele raadpleging van het Kadaster is onder voorwaarden mogelijk, maar het structureel vergelijken van huurdersbestanden met kadastrale gegevens stuit op een afzonderlijke wettelijke drempel. De conclusie is dat de AVG daarbij niet de grootste hindernis vormt, maar vooral de Kadasterwet zelf, die voor deze vorm van gegevensverstrekking een nadere regeling verlangt die er (nu nog) niet is.

Begin dit jaar bracht het Centraal Planbureau (CPB) het bericht naar buiten dat ongeveer twaalfduizend huurders van corporatiewoningen structureel eigenaar blijken te zijn van ten minste één of meerdere woningen.1 Van de overgrote meerderheid, aangeduid als ‘huurder-eigenaars’, wordt echter vermoed dat zij de woning met een specifiek oogmerk in bezit hebben: hulp aan naasten, als tweede woning of als verhuurobject. Voor een ander deel van de groep komt dit door omstandigheden buiten hun macht om, bijvoorbeeld uit een erfenis of lopende echtscheiding. Het gecombineerde huur-eigenaarschap botst in de meeste gevallen met de doelstellingen van woningcorporaties, die huisvesting organiseren voor mensen die daar niet zelf in kunnen voorzien op de vrije markt. Als al deze huurders hun eigen woning zouden bewonen, zouden de vrijgekomen corporatiewoningen in één keer bijna alle wachtende statushouders kunnen huisvesten.2

Woningcorporaties passen verschillende maatregelen toe om deze manier van scheefwonen bij aspirant-huurders te voorkomen. Ymere doet dit onder andere door bij aanvang van de huur te vragen of de huurder vastgoed heeft en contractueel vast te leggen dat de huur niet te combineren is met structureel huiseigendom. Dit voorkomt echter niet dat deze huurders op een later moment woningen in bezit krijgen, zonder dat de corporatie daarvan op de hoogte is. Tegen de NOS zegt de directeur van Ymere: “Het liefst zouden we eens per jaar de gegevens naast elkaar leggen en in gesprek gaan met de mensen die dus blijkbaar genoeg woningen hebben om er zelf in te wonen.” 3 Eén manier om dit te doen, is door het huurdersbestand te vergelijken met het kadaster. Hieruit zou snel blijken welke huurders één of meerdere woningen op hun naam hebben staan. Dat ze dit niet doen, zou volgens de directeur van Ymere komen door een gegevensbeschermingsrechtelijke belemmering.

Dit artikel onderzoekt die stelling. Welke regels zijn er eigenlijk om gegevens uit het Kadaster op te vragen? Klopt het wat de directeur zegt? Zo ja, wat zou er nodig zijn om de gegevensdeling wél mogelijk te maken? Het zal blijken dat het (alweer!) niet de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is die dwarsligt, maar een bepaling uit de Kadasterwet zelf – terwijl dat waarschijnlijk niet de bedoeling is geweest.

Kadaster 101
Eerst een korte refresh over het Kadaster. Het Kadaster (met hoofdletter) is een overheidsdienst die gegevens bijhoudt over percelen, opstallen, roerende registergoederen, de er op rustende rechten en eigenaren, adressen en andere geografische informatie voor Nederland.4 Wat in de volksmond bekend staat als ‘het kadaster’ (zonder hoofdletter), is de zogeheten basisregistratie kadaster (BRK).5 Dit is een systeem waarin alle openbare registers toegankelijk zijn gemaakt die juridische feiten bevatten die voor de ‘rechtstoestand van registergoederen van belang zijn’.6 Denk hierbij aan eigendomsinschrijvingen, hypotheekakten, vestiging van erfpacht of faillissementen. In de BRK wordt deze informatie gecombineerd met geografische gegevens, om een doorzoekbaar systeem te vormen over onroerende zaken en de rechthebbenden daarvan. Het is dus mogelijk om hierin op te zoeken wie een bepaald huis in bezit heeft, en wie welke huizen bezit.

Gegevensdeling in de Kadasterwet De openbaarheid van de registers, en dus het kadaster, vindt zijn grondslag in artikel 3:16 van het Burgerlijk Wetboek. De Kadasterwet regelt verder hoe die openbaarheid vorm krijgt. Voor het delen van gegevens bestaan verschillende mogelijkheden, die hieronder achter elkaar worden besproken.

Verstrekking op verzoek
Op grond van de artikelen 99 en 100 Kadasterwet worden uittreksels van de openbare registers en het BRK verstrekt. Deze wijze van verstrekking is voor iedereen toegankelijk via de website van het Kadaster. Vanwege het beginsel van openbaarheid, hoef je hier geen belang voor te stellen. Wel mag het Kadaster hier een vergoeding voor vragen,7 en zijn bepaalde functies afgeschermd tot professionele gebruikers – waarover hieronder meer.

Permanente aansluiting
Daarnaast is een mogelijkheid gecreëerd voor gemeenten om een permanente aansluiting te krijgen op de registers van het Kadaster, en aan derden inzicht te geven op de voor hen beschikbare informatie. Dit wordt geregeld in de artikelen 104 en 105 lid 2 Kadasterwet. Omdat aan deze vorm beperkingen worden opgelegd aan het delen van deze gegevens met derden, en daardoor minder relevant is voor woningcorporaties, wordt dit verder buiten beschouwing gelaten.

Verder kan op grond van artikel 105 lid 1 Kadasterwet en 36 Kadasterbesluit door een derde een permanente aansluiting op registers van het kadaster worden verkregen. Het verlenen hiervan betreft een discretionaire bevoegdheid van het bestuur van het Kadaster. Het Kadasterbesluit regelt voornamelijk de wijze van aansluiting en de bevoegdheid tot beperking van te delen gegevens, maar stelt geen formele eisen aan de ontvanger van de permanente aansluiting. Het sluit in ieder geval niet uit dat woningcorporaties hier gebruik van zouden kunnen maken.

Waarborgen van gegevensbescherming
Het is belangrijk om hier ook de artikelen 107a tot en met 107c Kadasterwet mee te nemen. Deze zijn later toegevoegd om wetgeving die gegevensdeling mogelijk maakt in lijn te brengen met de toenmalige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het idee was om hiermee enerzijds een grondslag te creëren om voor nieuwe doelen gegevens te delen, en tegelijk aanvullende maatregelen ter bescherming mogelijk te maken.8 Zo kan bij Algemene maatregel van bestuur (AMvB) door de regering een beperking worden gesteld aan het soort persoonsgegevens dat wordt gedeeld na verzoek om inlichtingen. Hier is gebruik van gemaakt in artikel 37a Kadasterbesluit, maar de uitsluiting heeft vooralsnog alleen betrekking op personen over wiens veiligheid de politie waakt.9

Ongeacht op welke grondslag informatie gevraagd wordt, moet worden voldaan aan de vereisten die artikel 107c Kadasterwet aan een gegevensdeling stelt, indien het een verzameling persoonsgegevens betreft. De achterliggende gedachte hierachter is dat het digitaal verstrekken van doorzoekbare bulkinformatie een ander doel is dan de oorspronkelijke verzameling, en voorbij kan gaan aan het beginsel van openbaarheid waarmee het Kadaster is ingesteld en dus een afzonderlijke rechtvaardiging behoeft.10 Tegelijkertijd wordt hiermee het wettelijk verankerde doel gecreëerd om gegevens in bulk te delen. Hierbij geldt dat:
– de gegevensdeling in zodanige vorm plaatsvindt dat daarop rechtstreeks een geautomatiseerde verwerking mogelijk is ten aanzien van een op voorhand onbepaalde groep van personen;
– de gegevensdeling voortvloeit uit de doeleinden in artikel 2a Kadasterwet;
– de aanvrager de gegevens kan verwerken op artikel 6 sub c t/m f AVG; en,
– deze vorm van gegevensdeling is toegestaan bij algemene maatregel van bestuur.

Een logische eerste stap is dus om vast te stellen of de verstrekking toegestaan is bij AMvB. Is dat niet het geval, dan is de verstrekking per definitie niet toegestaan – ook niet wanneer een bepaalde verstrekking op zichzelf in lijn is met de doelen van de Kadasterwet. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat in de AMvB rekening moet worden gehouden met de doelen van het kadaster enerzijds, en de belangen van de ontvanger anderzijds. De (relevante) doelen van het kadaster zijn:
– bevordering rechtszekerheid ten aanzien van registergoederen in het rechtsverkeer, economisch verkeer en in het bestuurlijk verkeer tussen burgers en bestuursorganen (a)
– een doelmatige informatievoorziening van de overheid ten behoeve van de goede vervulling van publiekrechtelijke taken en de nakoming van wettelijke verplichtingen door bestuursorganen (c)
– ondersteuning en bevordering van de economische activiteiten (d) Voordat we toekomen aan de vraag hoe woningcorporaties dan passen in het kader van de Kadasterwet, is een korte omweg langs de actualiteit nodig: de langverwachte wijziging van het Kadasterbesluit.

Afscherming van persoonsgegevens
In 2023 onthulde RTL over de mogelijkheid om onder valse identiteit mensen bij naam op te zoeken in het kadaster, met groot gevaar voor doxxing.11 Hierop besloot minister Hugo de Jonge de toegang tot deze functionaliteit te beperken tot een selectie beroepsgroepen, zoals advocaten, notarissen en makelaars. De maatregelen zouden later met terugwerkende kracht een rechtsgrond krijgen in een wijziging van het Kadasterbesluit.

De aanpassing van het Kadasterbesluit is uiteindelijk in gewijzigde vorm begin dit jaar door de Raad van State behandeld en zal naar alle waarschijnlijkheid in de loop van dit jaar van kracht gaan.12 Het besluit regelt drie nieuwe uitzonderingen op het openbaarheidsprincipe van het kadaster: twee ter afscherming van personen tegen wie een ‘waarschijnlijke dreiging’ of een ‘concrete dreiging’ is gericht, en één ter beperking van het zoeken op naam tot enkel professionele gebruikers wanneer de kadastrale aanduiding van een registergoed niet voldoende is.13 Er wordt hier uitdrukkelijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 37b Kadasterwet toelaat. Belangrijk is hier dat tijdens de totstandkoming van het besluit door de minister expliciet het belang van bepaalde groepen bij doorzoeking op naam is erkend. Dit belang kon worden gevonden in het effectief uitoefenen van hun taak of beroep, wettelijke verplichtingen of de maatschappelijke betekenis van hun werkzaamheden.14

De mogelijkheden voor woningcorporaties
Wat betekent dit alles voor woningcorporaties? Allereerst kunnen zij door de wijziging van het voorgestelde Kadasterbesluit net als andere professionele gebruikers op naam zoeken, tenzij de huurder in kwestie afgeschermd is vanwege dreigingen aan diens adres. Aangezien voor afscherming een aangifte bij de politie nodig is wanneer de dreiging niet gerelateerd is aan de beroepsoefening van de persoon, zal misbruik hiervan door huurder-eigenaren naar verwachting geen aanzienlijk probleem opleveren.

De oplettende lezer heeft gezien dat dit echter niet de oplossing is voor het probleem dat de directeur van Ymere aankaartte. Voor woningcorporaties is het niet te doen om al hun huurders individueel op te zoeken in het kadaster. Daarnaast is het ook niet nódig om alle gegevens in te zien. De enige relevante informatie voor woningcorporaties is welke huurders één of meer huizen bezitten. Zij kunnen daarna zelfstandig nauwkeuriger onderzoek doen naar de huurders waar handhaving het meest relevant en effectief is.

In termen van de Kadasterwet zou een permanente aansluiting het meest voor de hand liggend zijn. Woningcorporaties kunnen dan periodiek de namen in hun bewonersbestand laten natrekken door het Kadaster, dat slechts teruggeeft welke van die namen eigenaar van één of meerdere panden zijn. In dat geval moet, ook na goedkeuring van de aansluiting door het bestuur van het Kadaster, worden voldaan aan de vereisten van artikel 107c Kadasterwet.

Het heikele punt is dat er geen ministeriële regeling bestaat waarin deze gegevensdeling is toegestaan, waardoor elke deling van meerdere persoonsgegevens onrechtmatig zou zijn. Ook de wijziging van het Kadasterbesluit bevat expliciet géén grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens.15 Een nieuwe wijziging van het Kadasterbesluit zal dus moeten worden voorbereid, waarin een heldere afweging tussen belangen en doelen kan worden gemaakt. Wat dat betreft is het waardevol dat al bij de invoering van artikel 137c Kadasterwet al erkend is dat verstrekking aan private instanties voorstelbaar is.16 De belangen en doelstellingen van woningcorporaties passen goed in het rijtje tussen de reeds erkende belangen en doelstellingen van andere partijen: notarissen, makelaars, journalisten en advocaten.17 Wanneer het besluit de gegevensdeling duidelijk omschrijft en daar betekenisvolle beperkingen aan verbindt, kan dit als verdere verwerking ook in lijn zijn met de eisen die artikel 6 lid 4 AVG daaraan verbindt.18

Op een fundamenteler niveau speelt hier ook de complexiteit en tegenstrijdigheid van een overheid die publieke taken heeft afgestoten aan private rechtspersonen, zonder daarbij de waarborgen te treffen die voor het realiseren van die taken nodig zijn. Woningcorporaties worden geacht publieke volkshuisvestelijke belangen te dienen, maar worden juridisch behandeld als gewone vastgoedpartijen.19 Hierdoor moeten zij publieke doelen realiseren binnen een privaatrechtelijk kader dat voor die doelen niet passend is, en kunnen zij geen aanspraak maken op regelingen die voor bestuursorganen gelden.20 Dat is niet alleen praktisch knellend, maar ook principieel en maatschappelijk onbevredigend. De echte oplossing ligt daarom niet in de incidentele tegemoetkoming zoals hierboven geschetst, waarbij grote afhankelijkheid van politieke welwillendheid blijft bestaan, maar in de juridische versteviging van de positie van woningcorporaties als publieke instanties.

========
Voetnoten
[1] Damsté, J. S. (z.d.). Woningbezit van corporatiehuurders | CPB Website. https://www.cpb.nl/publicatie/woningbezit-van-corporatiehuurders
[2] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/48/iets-meer-corporatiewoningen-naar-statushouders
[3] NOS,13 januari 2026. Scheefwonen met een koophuis: wat doe je ertegen? NOS. https://nos.nl/artikel/2598027-scheefwonen-met-een-koophuis-wat-doe-je-ertegen
[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kadaster_(Nederland)
[5] Art. 1a lid 1 Kw
[6] Art. 3:16 lid 1 BW
[7] Art. 108 Kw, verder uitgewerkt in de Regeling Tarieven Kadasterwet
[8] Kamerstukken II, 26410, nr. 3 (MvT), pagina 3
[9] Leden van het koningshuis en door de minister aangewezen personen, zie art. 42 lid 1 sub c Politiewet
[10] zie onder 8
[11] Doxxing is het met kwade bedoelingen verzamelen en verspreiden van persoonsgegevens met het doel iemand lastig te vallen.
[12] Kamerstukken II 2024/25, 32761, nr. 312
[13] ‘Besluit houdende wijziging van het Kadasterbesluit in verband met een verstrekkingsbeperking op persoonsgegevens via ontsluiting op naam en het stellen van regels voor het afschermen van persoonsgegevens’, te raadplegen op https://internetconsultatie.nl/kadasterbesluitmaatregelen/b1
[14] zie onder 12
[15] Zie onder 13
[16] Kamerstukken II 1998/99, 26410
[17] Ibidem.
[18] Link naar toekomstig artikel over 6 lid 4 AVG?
[19] Onder specifieke omstandigheden kunnen (onderdelen van) woningcorporaties aangeduid worden als b-bestuursorganen, maar dit is te beperkt en incidenteel om de geschetste problematiek op te lossen, zie ABRvS 11 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3114.
[20] Met art. 2 lid 2 sub a en c Kw als lichtend voorbeeld